Eindeloos spiegelen; naar een holistische beleving van asanas

Ondanks de veelheid aan spirituele literatuur die de afgelopen decennia over ons is uitgestort, bedoelt men, als er over yoga wordt gesproken, over het algemeen nog steeds hatha yoga. Hatha yoga staat bekend als de yoga waarin de nadruk ligt op het aannemen van fysieke houdingen, onder andere om ‘je energie in balans te brengen’, ‘het lichaam voor te bereiden op meditatie’ enzovoorts. Hatha yoga kent veel vormen, zoals kundalini yoga, dru yoga, kriya yoga, en niet te vergeten de moderne power yoga. 

Yoga kun je vertalen als ‘verbinding’, maar de verbinding van hatha yoga met andere vormen van yoga wordt maar al te weinig gelegd. En áls de verbinding dan al gelegd wordt, dan gebeurt dat meestal vanuit het verstand. Omdat het verstand zich voornamelijk bezig houdt met het in woorden gieten van reeds bekende denk-concepten, is het leggen van verbanden tussen yogavormen via het verstand maar in beperkte mate mogelijk.

Zou er ook een andere manier zijn waarop je de diverse vormen van yoga in verband kunt brengen met hatha yoga? En dan wel met dat deel van hatha yoga dat het meest kenmerkend is, namelijk het beoefenen van asana’s?

Om die vraag te beantwoorden gaan we eerst onderzoeken wat het verbindende aspect is van diverse vormen van yoga.

 Kenmerkend voor alle vormen van yoga is het verzachten van het egogerichte bewustzijn en het daaruit voortvloeiende egogerichte handelen. Hoewel het egogerichte handelen in het dagelijkse leven zeker zijn nut heeft, bemoeilijkt het, volgens de yoga, het beleven van je innerlijke kern, het getuige-bewustzijn, de ziener, het atman, of hoe je deze bewustzijnservaring ook wilt noemen.

In dit artikel schets ik hoe bij het uitvoeren van asana’s de verbinding met andere yogavormen te ervaren is, zodat de beoefening van hatha yoga weer een holistische beleving kan worden. Het op deze manier ervaren van hatha yoga maakt, dat veelaspecten van de andere yogavormen zich kunnen spiegelen in de manier waarop je je asana’s beoefent. Een bijkomend effect is dat je, vanuit het holistisch beleven van asana’s, de filosofie van de andere yogavormen op een meer dan alleen rationele manier leert begrijpen en ervaren. Door via de asana’s iets van de essentie te doorvoelen van die yogavormen, schep je een goede, op ervaring steunende ondergrond, die nieuwe mogelijkheden geeft om je te verdiepen in de filosofische achtergronden van diverse yogavormen.

 Ik ga in dit artikel uit van de klassieke indeling van yogavormen zoals Swami Vivekananda die heeft geschetst. Dat zijn karma yoga, bhakti yoga, jnana yoga en raja yoga. Van elk van deze yogavormen beschrijf ik wat in mijn beleving de kern is en hoe deze kern te ervaren is bij het beoefenen van asana’s. Bij raja yoga ga ik wat gedetailleerder in op de acht leden van yoga volgens Patanjali’s Yogasutra’s.


Karma yoga

 Het woord karma komt van de Sanskriet wortel ‘Krya’, die, behalve maken, doen en daad, ook handeling betekent. Je zou zeggen dat karma yoga bij uitstek de yoga is voor westerlingen, omdat het continue handelen kenmerkend is voor ons als westerlingen. Kijk je echter naar de personeelsadvertenties in de krant, dan zie je steeds vaker het woord ‘resultaatgericht’. Daar is niets op tegen: het zou vreemd zijn als je binnen je gewone ‘brood-op-de-plank-baan’ niet resultaatgericht zou zijn. Daarbij kun je trouwens wel de vraag stellen ten koste van wát je je resultaat behaalt: ten koste van je gezondheid, ten koste van anderen? Want wanneer het ten koste gaat van je gezondheid of die van anderen, heiligt het doel bepaald niet de middelen, moreel gezien.

Resultaatgerichtheid kan leiden tot het versterken van het egogerichte bewustzijn – en we hebben geconstateerd dat yoga het egogerichte bewustzijn juist wil verzachten. Handelen zónder gericht te zijn op het resultaat (dat zich altijd in de toekomst bevindt) helpt het egogerichte bewustzijn te verzachten en aandacht te hebben voor wat zich hier en nu aandient.

Neem je Patanjali’s eerste yogasutra letterlijk, dan kun je ‘Atha yoganusasanam’ vertalen met: ‘Hier-Nu, de leer van Yoga’. Yoga wordt dan de leer van het ten volle beleven van wat zich hier-nu aandient. Zo gelezen vat de eerste sutra van Patanjali de essentie samen van yoga, die in de verdere sutra’s uitgewerkt wordt.

Hoe kun je deze essentie van karma yoga nu meenemen naar je beleving van hatha yoga? Binnen de context van hatha yoga staat het doen centraal, en niet het resultaat. Maar als je kijkt naar de motivatie van veel mensen om hatha yoga te doen, dan is die vaak nogal resultaatgericht: ‘ik wil sterker en slanker worden’, ‘ik wil van mijn rugklachten af’, ‘ik wil leren me te ontspannen’, of ‘ik wil mij spiritueel verder ontwikkelen’ zijn motivaties die menig yogadocent zal herkennen bij zijn leerlingen (en zichzelf). Niet dat dit niet legitiem zou zijn, maar als je het beoefenen van asana’s, pranayama enzovoorts steeds doet met het gewenste resultaat voor ogen, zul je vaak merken dat dat resultaat juist verder weg komt te liggen. Je wordtwel degelijk sterker en slanker en je komt wel degelijk van je rugklachten af door resultaatgerichte hatha yoga.Maar als het resultaatgerichte niet wordt aangevuld met een meer meditatieve ‘Hier-Nu’ beleving, kom je niet tot het verzachten van je egogerichtheid. En juist het verzachten van de egogerichtheid is het waar het in yoga om draait.Dus juistwanneer je een spanning creëert tussen wat zich Nu aandient en wat je wilt bereiken, belemmer je de meditatieve staat die yoga beoogt.

Hoe dan te handelen? Wellicht zoals een automobilist die van Rotterdam naar Groningen reist. Hij heeft een doel, Groningen, maar hij zal moeten reageren op wat zich telkens opnieuw hier en nu aandient: hij moet remmen voor een rood stoplicht, uitwijken voor een andere auto, op het juiste moment een afslag nemen, enzovoorts. Zo kun je ook je yoga-asana’s beoefenen. Ongeacht welk verder gelegen doel je hebt gekozen, heb je tijdens de beoefening aandacht voor wat zich op Dit Moment aandient. Waar kom je spanning tegen? Wat zegt die spanning je? Kun je hem loslaten of hoort hij bij de asana? Welke energieën komen er vrij als je een asana aanneemt en daarna weer loslaat? Hoe werkt de asana door op de emoties…?

Het karma-yoga aspect van het beoefenen van hatha yoga is dus, ongeacht de doelen die je jezelf stelt, het beleven van de asana in het hier en nu: Hier-Nu, de leer van yoga. En dat resultaat: dat komt wel…, of niet…, waardoor je je misschien kunt laten verrassen door een heel ander resultaat. Want het leven is rijker dan de voorstellingen die je ervan hebt of kunt maken.

 

Bhakti yoga

Het woord bhakti komt van de Sanskriet wortel ‘Bhaj’, dat je kunt vertalen met delen in, deelnemen aan en ook met toewijding en liefde. Hiermee bedoelde men, dat je je, teneinde je egogerichte bewustzijn te verzachten, toewijdde aan het Goddelijke. Dat heeft voor westerlingen niet zelden een rare bijsmaak. Want sinds het tijdperk van de Verlichting zijn we losgekomen van allerlei bindingen, zoals bindingen met de Kerk, met de familie, economische bindingen. We hebben, vergeleken met vroeger, een betrekkelijke vrijheid verworven. Het betreft hier echter meestal een ‘vrijheid van’. ‘Vrijheid tot’ is weer een ander verhaal. Als ‘vrijheid van’ niet leidt tot ‘vrijheid tot’, ligt ontworteling op de loer of een terugkeer naar overdreven zelfopgelegde onvrijheid, zoals je dat in fundamentalistische kringen tegenkomt. Een andere veel voorkomende zelfopgelegde vorm van onvrijheid is verslaving. Of het nu verslaving aan drank, tv of seks is, uiteindelijk gaat het om onvrijheid.

De uitdaging voor de westerse mens is, om hierin een bewuste keus te maken en het egogerichte bewustzijn te temperen door het beoefenen van toewijding. Dit voorkomt aan de ene kant dat, uit angst om het ego te verliezen, toevlucht wordt genomen tot het zich willoos onderwerpen aan verslavingen. Maar aan de andere kant voorkomt het ook dat, vanuit dezelfde angst het ego te verliezen, men het ego opblaast en geen verbinding meer kan leggen met diepere aspecten van het bewustzijn. In het ene geval gaat men ‘met valse wortels’, in het andere geval ontworteld door het leven.

Terug naar het woord toewijden dat wijden als stam heeft. Wijden betekent onder andere zegenen, aandacht geven aan, en nog verder terug heeft het zijn Gothische wortels in het woord weih, dat heilig betekent. (Het Duitse Weihnachten is hierin nog te herkennen.)

In het beoefenen van asana betekent toewijding dus, dat je aandacht hebt voor het heilige (= heelmakende) aspect van de houding. Het is niet zo maar een fysieke houding die je aanneemt. Iedere houding is het opnieuw volbrengen van een ritueel, waarin je de houding niet zozeer opdraagt aan goden buiten je, zoals rituelen dat oorspronkelijk deden, maar aan dat wat je als je diepste innerlijk ervaart. En, in het verlengde hiervan, kun je de houding opdragen aan de aspecten in jou die worden uitgebeeld door een asana. Kijk je hierbij naar de namen van de houdingen, dan verbind je je in Bhujangasana met je wijsheid (de slang als symbool voor wijsheid), in Simhasana met je moed (de leeuw als symbool voor moed).

Doordat je de aspecten van jou die door de asana worden uitgebeeld in het bewustzijn integreert, heeft het beoefenen van asana een heelmakend effect. Enig gevoel voor symboliek is daarbij gewenst. Je zult merken dat je je, door langere tijd met aandacht en toewijding in een asana te ‘verblijven’, meer en meer losmaakt op energetisch niveau. Door datgene wat loskomt niet onmiddellijk met de mantel der liefde te bedekken maar liefdevol gade te slaan zul je steeds meer het bhakti-aspect van asana’s leren voelen.

Overigens moet hier wel een voorbehoud worden gemaakt. Door yoga kunnen ervaringen loskomen die bedreigend zijn voor mensen met psychische aandoeningen, zoals een dissociatieve stoornis. In dat geval kan de mantel der liefde goed van pas komen. Dit wil niet zeggen dat men traumatische ervaringen die aan de wortel van deze stoornissen liggen, ontkent of verdringt, maar dat men ze pas werkelijk toelaat en integreert in het bewustzijn als men de hiervoor nodige draagkracht heeft ontwikkeld. Tot die tijd worden ze herkend en erkend, maar laat men ze verder rusten.

Jnana yoga

 Het woord ‘jnana’ is verwant met het Engelse woord ‘knowledge’, en is, net als dat Engelse woord, verwant met het woord ‘gnosis’. Verwarrend is dat jnana yoga ook wel de yoga van het intellect wordt genoemd. Dit wekt volgens sommigen de suggestie dat het om het verzamelen van kennis gaat. Maar intellect heeft meer te maken met inzien en begrijpen dan met het verzamelen van kennis. Juister is het daarom, om jnana yoga de yoga van het onderscheidingsvermogen te noemen. Jnana yoga is de yoga die op zoek gaat naar het wezenlijke door dit te onderscheiden van het niet-wezenlijke. Dit betekent dat jnana yoga een voortdurend proces van loslaten is: het telkens weer loslaten van alle identificaties die je op je pad tegenkomt, totdat je bij het punt komt waarop er niets meer losgelaten kán worden. Wat niet meer losgelaten kan worden is uiteindelijk het wezenlijke in je zelf. En dan blijkt dat er ook niemand meer ís die nog iets kan loslaten.

(In die zin was Descartes, de 17de-eeuwse verlichtingsfilosoof, een westerse jnana-yogi. Ook hij ging op zoek naar het wezenlijke en deed dit door een gedachtenexperiment, waarin hij er vanuit ging dat alles wat hij bij introspectie in zichzelf tegenkwam een illusie zou kunnen zijn. Het enige werkelijke dat voor hem overbleef was het zich bewust zijn van zijn denken: ‘Cogito, ergo sum’, vaak vertaald met ‘Ik denk, dus ik besta’. Maar wellicht is het juister om te zeggen: ‘Ik ben me ervan bewust dat ik denk, dus ik besta’. Door yoga-ogen gezien een beperkt standpunt, want zoals de yogafilosofie ons leert is het ook mogelijk om de identificatie met de gedachten door meditatie los te laten en tot de conclusie te komen: ‘Sum, ergo sum’, ofwel ‘Ik besta, dus ik besta…’ – hoewel het begrip ‘ik’ hier discutabel is.)

 Terug naar het identificeren met wat je niet wezenlijk bent. Kennelijk heeft dit wel een functie, want anders had je die identificaties al lang herkend en losgelaten als ‘niet wezenlijk’.

Om te begrijpen waarom we de neiging hebben identificaties niet als zodanig te herkennen, waardoor we ze niet kunnen loslaten, maken we een uitstapje naar de ontwikkelingspsychologie. Deze psychologie verklaart het vasthouden aan identificaties vanuit de behoefte aan veiligheid, waarbij veiligheid het vasthouden aan het bekende is. Volgens de ontwikkelingspsychologie zijn er twee basisvoorwaarden om geestelijk te groeien: veiligheid en het durven aangaan van risico’s. Dit is minder paradoxaal dan het op het eerste gezicht lijkt, want kijk je naar de ontwikkeling van een kind, dan zie je dat een kind risico’s durft te nemen omdat het zich veilig ingebed weet in de liefde van de ouders. Als ik leer lopen dan val ik. Als ik val dan doet dat pijn. Als ik pijn heb troosten mijn ouders mij. Daarom kan ik een nieuwe poging doen om op te staan en een paar stappen te zetten.

Wanneer de behoefte aan veiligheid het wint van het durven nemen van risico’s, ofwel de troost van de ouders belangrijker wordt dan het ontwikkelen van de vaardigheid om te lopen, ontstaat er een probleem. In dat geval stopt namelijk de ontwikkeling en zul je alles op alles zetten om je veilig te blijven voelen. Alle gedrag is dan gericht op het in stand houden van die veiligheid, en gaandeweg het leven heb je je overlevingsstrategieën daarop gericht. Je kunt dan spreken van een duidelijke (neurotische) conditionering Omdat je door trial and error geleerd hebt welk gedrag veilige situaties oplevert en welk gedrag onveilige, kies je uiteindelijk voor het gedrag dat veiligheid garandeert. En dus stop je met jezelf te ontwikkelen. Het kind troost zich dan met de gedachte dat kruipen ook een vorm van voortbewegen is, en leert niet te lopen.

 Wanneer je ontdekt dat de hang naar veiligheid je spirituele ontwikkeling belemmert, zul je opnieuw risico’s moeten aangaan. Dit begint met het leren herkennen van de conditioneringen die de illusie van veiligheid creëerden, waarna je deze conditioneringen vervolgens los kunt laten. De veiligheid die maakt dat je je conditioneringen los kunt laten, zit vervat in de filosofie van jnana yoga: uiteindelijk laat je alleen maar datgene los wat je niet bent. Wat je wel bent is bewustzijn, en dat kún je dus ook niet loslaten.

 Het jnana-yoga aspect bij het uitvoeren van asana’s volgt rechtstreeks uit de jnana-yoga filosofie. In iedere asana die je doet zul je merken dat er spanning in het lichaam aanwezig is. De kunst is nu om geduldig te onderzoeken welke (spier)spanning nodig is om de asana vast te houden en welke spanning losgelaten kan worden. Want zoals we in het dagelijkse leven de gewoonte hebben ontwikkeld om spanning vast te houden, zo werkt deze gewoonte ook door in het uitvoeren van asana’s: we gebruiken vaak te veel spieren en te veel spierkracht om in een houding te blijven. Wanneer spieren te slap zijn, of juist te strak, compenseren we dit in een asana vaak door andere spieren te gebruiken om toch de gewenste houding te bereiken. Het jnana-yoga aspect binnen asana’s laat ons het wezenlijke (de juiste spanning met de juiste spieren) scheiden van het niet-wezenlijke (de ‘verkeerde’ spanning, en dan ook nogal eens met de ‘verkeerde’ spieren).

Door asana’s zorgvuldig op te bouwen en te onderzoeken, zul je uiteindelijk tot een diepere fysieke, psychische, energetische en spirituele ontspanning kunnen komen. De manier waarop je in de beoefening van de asana’s omgaat met je lichaam leert je dan veel over hoe je geconditioneerd bent. Werk je op kracht? Vermijd je onprettig aanvoelende houdingen? Herken je hoe je een voorkeur hebt voor bepaalde lichaamshoudingen? Wat gebeurt er wanneer je een voorkeurshouding doorbreekt?

Vraag je eens af wat de overeenkomst is tussen hoe je je in het aannemen van asana’s manifesteert en hoe je dat in het dagelijkse leven doet. Want als je in het beoefenen van asana’s gewelddadig met jezelf omgaat door het lichaam in houdingen te dwingen, is de kans groot dat je in het dagelijkse leven geneigd bent situaties met dwang naar je eigen hand te zetten. Hoe kun je respectvol met anderen omgaan, als je dat niet eerst met jezelf doet? Zo ontdek je steeds meer het jnana-yoga aspect in de beoefening van asana’s.

Raja yoga

Het woord raja komt van de Indo-europese wortel ‘reg’, die als hoofdbetekenis heeft: bewegen in een rechte lijn, dan wel sturen in een rechte lijn. Raja yoga zou dus eigenlijk ‘directe yoga’ of ‘gerichte yoga’ betekenen. ‘Raj’ heeft echter ook de betekenis ‘koning’. Raja yoga wordt dan ook meestal vertaald met ‘koninklijke yoga’, en wordt zo genoemd omdat volgens veel yogi’s in raja yoga alle andere yogavormen terug te vinden zijn. Holistisch bekeken kun je echter stellen dat in iedere vorm van yoga alle vormen terug te vinden moeten zijn. In iedere vorm van yoga spiegelen zich de andere vormen, en dat maakt dat het beoefenen van yoga een eindeloos spiegelen kan worden.

In dit artikel gaat het vooral over het beoefenen van asana’s en hoe die de essentie van alle andere yogavormen kunnen bevatten. De raja yoga is vooral bekend geworden door de ‘Yoga sutra’s’, een serie van 195 spreuken (196 in sommige vertalingen), verdeeld in vier hoofdstukken en opgesteld door de mythische figuur Patanjali. Mythisch, omdat niemand weet wanneer hij precies leefde. Het is zelfs de vraag of hij alleen de sutra’s op schrift heeft gezet of dat dit in de loop der jaren door verschillende mensen is gedaan, waarna de sutra’s uiteindelijk zijn toegeschreven aan Patanjali (die ook nog de grondlegger van de Sanskriet grammatica en de ayurvedische geneeskunst zou zijn).

Voor de kern van dit artikel is wie de sutra’s op schrift heeft gesteld niet belangrijk. Zinniger is het om te kijken naar de kern van de sutra’s. En die is naar mijn mening te vinden van spreuk 29 van hoofdstuk 2 tot spreuk 3 van hoofdstuk 3. Daar wordt de methodiek van raja yoga kernachtig en helder beschreven. Dit deel van de sutra’s wordt ook wel ‘de acht leden van raja yoga’ genoemd. Deze acht leden zijn:

 

Yama, tucht, bestaand uit vijf onderdelen;

Niyama, zelftucht, ook bestaand uit vijf onderdelen;

Aisana, (lichaams)houding;

Pranayama, het verlengen of beheersen van de ademhaling; het bewust worden van zich manifesterende energieën;

Pratyahara, het naar binnen richten van de zintuigen;

Dharana, concentratie, vasthouden of aandacht;

Dhyana, meditatie; en

Samadhi, éénzijn.

 Over hoe deze acht leden toe te passen bestaan verschillende ideeën, variërend van de opvatting dat je de leden naast elkaar en gelijktijdig kunt ontwikkelen, tot aan de opvatting dat je eerst, beginnend bij yama, het ene lid volledig moet beheersen voor je de stap naar het volgende lid mag of kan maken. Ook wordt wel gesteld dat in de stappen van yama tot samadhi de aandacht steeds meer verinnerlijkt wordt, waarin yama de gewenste houding ten aanzien van de samenleving weergeeft en samadhi het uiteindelijke bewustzijn beschrijft, los van iedere binding met het materiële.

Omdat de strekking van dit artikel is dat alle yogavormen zich eindeloos spiegelen in het beoefenen van asana’s, zal ik aan de hand van de acht leden beschrijven hoe het raja-yoga aspect te ervaren is bij het beoefenen van asana’s. Dit door jezelf de vragen te stellen die ik opsom achter ieder lid.

 Yama bestaat uit vijf onderdelen:

 Ahimsa, geweldloosheid: In hoeverre respecteer je de grenzen van het lichaam? Waar gaat de intentie om fysieke grenzen te verkennen en vervolgens te onderzoeken of en hoe deze verlegd kunnen worden, over in geweld ten aanzien van het lichaam? Wat leert dit je over hoe je met grenzen in het algemeen omgaat?

Satya, waarachtigheid: Ligt in het verlengde van geweldloosheid. Hoe trouw blijf je aan je lichaam? Loop je niet weg voor de boodschap die je lichaam je geeft als je asana’s beoefent?

Asteya, niet stelen: Ligt in het verlengde van waarachtigheid en geweldloosheid. Blijf je trouw aan de mogelijkheden en beperkingen van je eigen lichaam? Eigen je je bijvoorbeeld niet de lenigheid toe van een ander door je grenzen met geweld te verleggen?

Brahmacarya: Vaak vertaald met ‘kuisheid’, terwijl de letterlijke vertaling eerder is: ‘het doen van het goddelijke’. Vanuit de vertaling ‘kuisheid’ kun je de vraag stellen wat je doet met de energieën die de beoefening van asana’s bij je losmaakt, omdat daarbij ook sluimerende sensuele en seksuele energieën aangeraakt en dus opgewekt kunnen worden. Vanuit de vertaling ‘het doen van het goddelijke’ kun je de vraag stellen in hoeverre je het goddelijke (=heelmakende) aspect van een asana kunt doorvoelen, zoals beschreven in de paragraaf over bhakti yoga.

Apagrigraha, onbegerigheid: Kun je asana’s beoefenen zonder je bewustzijn te vernauwen tot het bereiken van een gewenst resultaat? Kun je het beoefenen van asana’s zien als een gelegenheid om het hier en nu te ervaren, zoals beschreven in de paragraaf over karma yoga?

 Niyama bestaat ook uit vijf onderdelen:

 

Sauca, reinheid of zuiverheid: Hoe zuiver zijn je intenties om asana’s te beoefenen? Wil je (wellicht niet geheel bewust) de buitenwereld imponeren? Maar ook: in hoeverre ben je gevoelig en open genoeg om de zuiverende werking van asana’s op fysiek, mentaal en energetisch niveau te doorvoelen?

Samtosa, tevredenheid: Ook hier gaat het er weer om dat je je grenzen, waaronder die van het lichaam, respecteert en vrede hebt met de beperkingen die je tegenkomt. Hierdoor voorkom je dat je geweld gebruikt om grenzen te verleggen. Kortom, kun je leven met jezelf en zelfs tevreden zijn met je ontevredenheid? Omdat doorschieten in tevredenheid echter lethargisch kan maken, is het goed om zowel ahimsa als samtosa aan te vullen met:

Tapas, vurige inzet: Ben je bereid om vanuit het respecteren van je grenzen ook de minder aangenaam aanvoelende asana’s te beoefenen? Ben je bereid om je fysieke conditioneringen, die vaak mentale conditioneringen weerspiegelen, te verkennen, te doorleven en los te laten?

Svadhyaya, zelfstudie: In hoeverre kun je ervaren dat de manier waarop je asana’s beoefent, weerspiegelt hoe je met de dagelijkse realiteit van het leven omgaat? In hoeverre kun je binnen de fysieke uitoefening van yoga je conditioneringen leren doorzien, zoals beschreven in de paragraaf over jnana yoga?

Isvarapranidhana, overgave aan God: In hoeverre beoefen je asana, niet ter bevrediging van je eigen ‘dikke ik’, maar om de houding op te dragen aan datgene wat je als het meest innerlijke in jezelf ervaart, zoals beschreven in de paragraaf over bhakti yoga?

 Asana betekent oorspronkelijk binnen raja yoga de (zit)houding waarin gemediteerd wordt. De uitbreiding tot de asana’s die we kennen van de hatha yoga is ontstaan vanuit tantrische invloeden. Het is zinnig om na te gaan wat Patanjali over asana zegt. Asana moet namelijk aangenaam, makkelijk, stevig en stabiel zijn. Dit impliceert dat er geen geweld of dwang toegepast moet worden bij het beoefenen van asana’s.

 Pranayama, het verlengen of beheersen van de ademhaling; of het je bewust worden van zich manifesterende energieën. Welke veranderingen vinden plaats in de ademruimte als je asana’s aanneemt? Waar ontstaat ruimte en waar wordt hij juist beperkt? Hoe groot is je gevoeligheid om energieën waar te nemen? Hoe veranderen energieën in diverse houdingen? Hoe ervaar je de beweging van adem en energie als je terugkeert uit een asana en de nawerking ervan doorvoelt? Hoeveel tijd neem je eigenlijk om na te voelen en kun je dit navoelen als een essentieel onderdeel van je yogabeoefening in je bewustzijn toelaten?

 Pratyahara, het naar binnen richten van de zintuigen: In hoeverre richt de aandacht voor het fysieke lichaam (asana) en de zich daarin bewegende energieën (pranayama) de zintuigen naar binnen? Niet door middel van dwang of geweld, maar als natuurlijk gevolg van het aandacht schenken aan interne processen.

 Dharana, concentratie, vasthouden of aandacht: Hoeveel wilskracht is er nog nodig om je aandacht bij interne processen te houden, als je vanuit natuurlijke belangstelling voor het lichaam en de zich daarin manifesterende energieën je asana’s beoefent? En op welke momenten gaat die aandacht over in:

 Dhyana, meditatie, waarin de aandacht zich begint te openen voor steeds subtielere waarnemingen op energetisch en mentaal niveau, totdat de aandacht samenvalt met zichzelf in:

 Samadhi, éénzijn?